Mijn vader

Terug naar overzicht

Mijn vader

Mijn vader leeft niet meer. Hij is lang ziek geweest. In zijn laatste jaren is ons contact veranderd en heb ik hem beter leren kennen. Mijn vader was een denker. Vanaf zijn puberteit was hij bezig met levensvragen als:
  • Wie ben ik?
  • Waarom doe ik de dingen die ik doe?
  • Wat is houden van eigenlijk?
  • Wat betekent het om “goed te doen”?

Hij vond zijn antwoorden in de kerk. Ik ben als klein meisje regelmatig met hem meegegaan naar diensten, maar ik begreep er weinig van. Ik vond de sfeer bedrukkend en de muziek depressief. En nu, 30 jaar later, ben ik terug in de kerk uit mijn jeugd. Samen met mijn broer heb ik de dienst voorbereid met de dominee, een warme, intelligente man. Hij verzorgt een prachtige dienst en is in staat om mijn vader in woorden te vangen. Hoewel de muziek mij nog steeds niet kan bekoren, hoor ik nu de troost achter de moeilijke teksten.

Morgen zal ik huilen, morgen en daarna. Vandaag nog niet, vandaag ben ik blij.
Motéle

Waardering

Mijn vader had zijn eigen afscheidsrede geschreven. Ik zou de tekst voorlezen tijdens de dienst. Maar, geheel in de stijl van mijn vader, bleek het te gaan om een lange, moeilijke tekst. We besloten zijn laatste woorden toe te voegen aan de liturgie en daarmee kreeg ik de vrijheid om in mijn eigen woorden iets te zeggen over zijn levensvisie. Mijn vader geloofde dat de dood onderdeel is van het leven en geen definitief einde. Het lichaam sterft, de ziel blijft bestaan. Hij werd dankbaarder voor het leven naarmate hij zwakker werd. Hij kon fysiek steeds minder, maar de waardering was groter dan ooit. Hij genoot van het contact met de mensen om hem heen, van de zon, van zijn voetbalclub Heracles, van de vogeltjes in de tuin. Voor mij werd hij een voorbeeld. In zijn werkzame leven was hij een druk mens en hij miste veel. Juist toen zijn dagen geteld waren, zag hij meer en genoot hij meer.

Nu pak ik de draad weer op. Maar er is iets veranderd. Het vanzelfsprekende dat hoort bij de routine van alle dag, is minder. In mijn herinnering zie ik de tevredenheid en de rust van mijn vader. Dat neem ik met me mee. Zoals de dominee zei: “Hij blijft bij jullie, zolang jullie aan hem denken en over hem praten.” Het gekke is dat ik helemaal niet zo verdrietig ben. Ik ben vooral dankbaar voor de extra tijd die hij gekregen heeft en voor de herinneringen die hij na laat. Ik deel zijn vertrouwen. Ook ik geloof dat de dood niet een definitief einde is. Ooit zie ik hem weer. Ik wil het gedichtje dat op zijn kaart stond graag delen. Het is geschreven door de 8-jarige Joodse Motéle, enkele dagen voordat hij in een concentratiekamp werd vergast:

Morgen zal ik huilen, morgen en daarna.
Vandaag nog niet, vandaag ben ik blij.
En iedere dag hoe rot die ook is,
zal ik zeggen dat ik morgen zal huilen.

Vandaag nog niet.

Voor mij staat dit symbool voor zijn positiviteit. Ik kan niet meer bij mijn vader langs gaan, maar echt weg is hij zeker niet.