Hoe krijg je je deelnemers uit hun hoofd – zelfs bij de teaser?

Je geeft pilates. Midden in the series of five haakt Anne af. Ze houdt je tempo niet bij. Na de double leg stretch blijft ze hijgend op haar mat liggen.

Je wil Anne helpen, maar je weet niet hoe. De andere deelnemers willen dóór. Je komt overeind en je geeft de rest van je groep verbale cues. Ondertussen loop je naar Anne: ‘Hoe gaat het?’ Anne trekt een gezicht.

Je legt de les even stil. Je zegt: ‘We gaan de hele serie nóg een keer doen. We beginnen met de single leg stretch. Breng allebei je knieën naar je borst, leg je armen naast je op de grond. Stuur je rechter voet naar voren. Voel je dat je schouders mee omhoog gaan? Laat ze zwaar op de grond liggen.’

De sfeer verandert. Het puffen en steunen stopt. Je leerlingen zijn met zichzelf bezig, ze volgen de veranderingen in hun lichaam met interesse. Je gaat verder met de double leg stretch.

Wat heb je nou gedaan?

Je bent van doe-aanwijzingen op voel-aanwijzingen overgestapt. Als jij zegt ‘voel je schouders’, dan gaan je deelnemers in gedachten naar hun schouders. Als jij zegt: ‘voel je bekken’, dan concentreren ze zich op hun bekken. Je houdt je sporters een gevoelsspiegel voor. Zo verleg je hun focus van presteren naar observeren.

Maar dan ben ik toch de hele les aan het praten?

Ja, overgaan op voel-aanwijzingen is hard werken voor jou. Je geeft sporters doorlopend cues, en je wijst ze op de kleinste veranderingen. Dat moet. Zo hou je ze alert. Maar nog belangrijker: zo hou je hun aandacht vast. Je geeft ze gewoon geen tijd om zich te vergelijken met hun buurvrouw. Of om te piekeren over de bestuursvergadering van het ziekenhuis. Of om stil te staan bij hun fouten. Je zorgt dat ze zich enkel en alleen concentreren op hun lichaam.

Normaal gesproken denken we altijd na. In de auto, als we de badkamer poetsen, als we wandelen met de hond. Vaak zijn we ons er niet eens bewust van. Boeddhisten vergelijken gedachten met apen: ze springen van de hak op de tak. Ze interpreteren, ze concluderen, en ze zijn vaak negatief. Onze gedachten versterken onze diepste angsten: de angst om niet goed genoeg te zijn, de angst om iets of iemand te verliezen. Daarom is het prettig als we de gedachtentrein tot stilstand weten te brengen.

Is niet-nadenken hetzelfde als je concentreren?

Je concentreren, focussen, in de flow zijn: het zijn allemaal termen die aangeven dat je opgaat in je activiteit, zonder oordeel. Jonge kinderen kunnen dat heel goed. Kijk maar naar een peuter die net leert lopen. Hij gaat door, ook al valt hij tien keer achter elkaar. Hij staat op en doet het gewoon nog een keer. En nóg een keer.

Zijn moeder staat erbij en kijkt ernaar. Trots. Ze moedigt hem aan en ze troost hem als hij valt. Verder laat ze hem zijn gang gaan. Hij leert zichzelf lopen. Stapje voor stapje, in zijn eigen tempo.

Eigenlijk lijkt het werk van sportdocenten op dat van jonge moeders. Je hóeft je deelnemers niets uit te leggen, want ze kúnnen al lopen, springen, rennen, hurken en gewichten optillen. Leg je tóch uit, dan schieten ze in de denk-modus. Ze worden bang om fouten te maken en verliezen het plezier in bewegen.

Heeft deze manier van trainen een naam?

Bewegen met aandacht noemen we body en mind training. Je stimuleert het lichaam om te voelen zodat het denken stopt.

Alexander was één van de eersten die het belang zag van geconcentreerd bewegen. Hij richtte zich vooral op de medische voordelen: bewegen met aandacht verbetert je coördinatie. Als je voelt wat je doet, doe je het vanzelf goed. Daarover kun je meer lezen in het blog over propioceptie.

Kortom

Aandacht maakt bewegen leuk. Als jij met voel-aanwijzingen de aandacht van je deelnemers weet vast te houden, doe je ze een groot plezier. Ze vergeten hun onzekerheden en hun alledaagse beslommeringen. Ze zijn in het hier en nu. Dát is body en mind training. Is er een betere manier om klanten aan je te binden?

En nu?

Ervaar het zelf. Rol je matje uit, doe je oortjes in en luister naar één van voorbeeldlessen.


Dit is het derde blog in een reeks over de Alexander Techniek, en hoe je die kunt gebruiken in je lessen.

  1. Wat is proprioceptie?
  2. Hoe geef je je sporters zelfregie – zonder chaos in de les?
  3. Hoe krijg je je deelnemers uit hun hoofd – zelfs bij de teaser?
  4. F.M. Alexander

Wil je meer tips voor je lessen? Schrijf je dan in voor de nieuwsbrief.

<

Hoe voorkom je faalangst bij je sporters – ook als je zelf de handstand niet eens durft?

Sporten is niet leuk als de kritische stem in je hoofd steeds feedback geeft. Dat maakt je onzeker, weet ik uit ervaring.

Lees artikel

Hoe geef je je sporters zelfregie – zonder chaos in de les?

Inhibitie voorkomt je dat je impulsief reageert. Je leert het bij mindfulness: maar wist je dat je het ook kunt integreren in je sportles?

Lees artikel